Ervaringsverhaal

'Pleegzorg is geen wondermiddel, maar kan soms wel levens redden'

Onderstaand artikel stond 8 november 2023 in het Noord Hollands Dagblad. 

Maureen Douma (37) vertelt graag het genuanceerde verhaal over pleegzorg. „Het is een fantastische hulpvorm, maar soms ook ontzettend complex. Ik ben heel goed terecht gekomen én ik draag de littekens van mijn jeugd met mij mee. En dat is oké.”
Maureen is tien jaar oud als haar biologische moeder in een woedende bui bij het pleeggezin aan haar ene arm staat te trekken, en haar pleegmoeder haar andere arm vasthoudt. In de chaos van het moment verstijft het meisje.

Haar pleegmoeder laat als eerste los, om erger te voorkomen. Maureen laat zich meevoeren met haar biologische moeder, die haar pas weer terugbrengt na ingrijpen van een hulpverlener.

Niet zo gek dat ze ook in haar volwassen leven nog kan worstelen met loyaliteitsconflicten, zegt de nu 37-jarige pedagogiekdocent in een gesprekskamertje van Hogeschool InHolland, waar ze sinds vier jaar werkt.

„Voor mijzelf opkomen, omgaan met boze mensen, een te groot verantwoordelijkheidsgevoel; het blijven mijn gevoelige punten die ik meedraag door vroeger.”

Afgelopen week vroeg Pleegzorg Nederland aandacht voor het tekort aan pleegouders. In Nederland staan momenteel een kleine zeshonderd kinderen op de wachtlijst voor een gezin. Maureen: „Het zou mooi zijn als mensen door mijn verhaal tenminste geïnteresseerd raken in pleegouderschap. Want het is, ondanks de complexiteit, een unieke manier om een wezenlijk verschil te maken in iemands leven. Zoals bij mij is gebeurd.”

Lees ook: Aanwas nieuwe pleegouders ’historisch laag’, waarschuwt Pleegzorg Nederland

Rugtas
Op haar vierde wordt Maureen uit huis geplaatst. Vader is niet in beeld en haar moeder, die later de diagnose borderline krijgt, kan de zorg niet aan. Ze is emotioneel grillig en suïcidaal. Maureen wordt uit huis geplaatst, een beslissing waar haar moeder zich lange tijd niet bij kan neerleggen.

Na een kindertehuis in Zandvoort en een gezinshuis in Amsterdam staat het dan net zevenjarige meisje met haar knuffeldoek in de rugtas voor een huis in het pittoreske Noordbeemster.

„Het eerste jaar was ik erg bezig het perfecte kind te zijn. Onderbewust bang om weggestuurd te worden. Maar daarna werd ik driftig, ging ik testen. Ik kreeg ruzie met mijn 3,5 jaar oudere pleegbroer. We voelden ons denk ik allebei bedreigd in onze plek in het gezin. Mijn plaatsing heeft een tijd onder spanning gestaan. Ik heb mijn pleegouders wel eens ’s avonds laat horen praten: ik wil het beste voor haar, waar doen we nu goed aan, vroeg mijn pleegmoeder zich af. Ik denk echt dat ons gezin de beste plek voor haar is, zei mijn pleegvader.”

Dat was niet naar bedoeld van haar pleegmoeder, duidt Maureen. „Zij voelde erg mee met mijn biologische moeder, ze gunde haar ook haar eigen mooie dochter. Mijn biologische moeder belde soms ’s avonds laat op. Dan schold ze mijn pleegmoeder voor van alles en nog wat uit.”

Definitief
Op haar elfde wordt het definitief: Maureen blijft bij haar pleegouders. Ook het testen blijft: „Dan zei ik bijvoorbeeld expres in een woonkamer vol visite: ’Jullie houden toch meer van je eigen kinderen dan van mij’.”

Maar met alle kleine dagelijkse gewoonten groeit ook een gevoel van onvoorwaardelijkheid. „Als we ’s avonds met elkaar om tafel zaten en over onze dag vertelden, voelde ik me er helemaal bij horen. Ik heb zoveel mooie, warme herinneringen met hen opgebouwd en zoveel liefde en aandacht ontvangen. Wat ook heel fijn was: alle ooms en tantes, opa’s en oma’s behandelen mij als volwaardig lid van het gezin.”

Maureen kan goed leren en rondt een studie pedagogische wetenschappen af aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ze besluit zelf in de pleegzorg te gaan werken, als begeleider. Op het kantoor van wat nu zorgorganisatie Parlan heet, in Alkmaar. „De begeleider die bij mijn eigen pleeggezin betrokken was, werd mijn coach. Voor mijn pleegmoeder was mijn start daar echt een ’full circle moment’.”

Ze lacht. „Ik was vooral bezig om al die theoretische kennis naar de praktijk te vertalen, wilde geen fouten maken. Maar mijn eigen ervaringen hielpen wel. Ik wist dan bijvoorbeeld: bij familiefoto’s moet je juist ook de pleegkinderen erbij zetten. En cadeaus geef je aan alle kinderen uit het gezin.”

Als ze een goede klik had met een aspirant-pleeggezin, vertelde ze wel eens dat ze ook was opgevoed door pleegouders. „Dat vonden ze dan zo’n opluchting; dat het ook gewoon goed kan komen. Met een baan en een huis en een gezin. Die verhalen worden niet vaak genoeg verteld, denk ik.”

Maureens moeder krijgt, met tussenpozen van een aantal jaar, nog twee kinderen, die beiden ook uit huis worden geplaatst. In 2012 pleegt ze suïcide. „Op 28 oktober, de datum waarop ik destijds zelf uit huis werd geplaatst.”

Confronterend
Het was confronterend toen ze zelf kinderen kreeg, en vooral toen die vier jaar werden. „Ik heb een keer een rondje gelopen buiten met de wagen en alleen maar gehuild. Ik voelde opeens compassie voor mijn jongere zelf. Hoe zwaar ik het heb gehad. Dat gevoel kende ik niet. Ik kon eerder best wel vechten tegen het feit dat ik ’anders’ was. Maar met de jaren heb ik mijn littekens geaccepteerd.”

Hoewel het werk als begeleider, en later als gedragswetenschapper, voldoening geeft, besluit Maureen na acht jaar toch te stoppen met haar baan in de pleegzorg.

„Het verantwoordelijkheidsgevoel drukte zwaar op me. Ik trok het me erg aan als het niet goed ging met een kind of als er geen plek gevonden kon worden. Ik wilde niet dat die zorgen de aandacht voor mijn eigen kinderen zouden opslokken.” Maar, in haar achterhoofd overweegt ze de optie ooit zelf pleegouder te worden. ,,Niet nu, maar later, als mijn eigen kinderen wat ouder zijn.”

„Ik kan echt zeggen dat het goed met mij gaat. Ik voel me stabiel, in balans en verbonden. En dat heb ik voor een groot deel te danken aan mijn pleeggezin.” Een paar jaar geleden is ze opgenomen in het testament van haar pleegouders. „Dat vond ik een heel mooi moment. Niet vanwege het geld, maar omdat het de ultieme erkenning is van mijn plek in mijn pleeggezin.”