Nieuwsbericht

Feiten en cijfers over pleegzorg in Nederland

Jeugdzorg Nederland maakt elk jaar een factsheet met de belangrijkste feiten en cijfers over pleegzorg en het verhaal achter de cijfers en de trends.
 
De factsheets zijn samengesteld op basis van de gegevens van de pleegzorgorganisaties in Nederland. In dit artikel vatten we de belangrijkste cijfers voor je samen. In de factsheet staat ook het verhaal achter de cijfers en uitleg over de gebruikte terminologie. Onderaan dit artikel staan de factsheets van verschillende jaren.

Aantal pleegkinderen

In 2021 hebben 22.748 kinderen voor korte of langere tijd bij pleegouders gewoond. Dat zijn 345 kinderen minder dan in 2020.

Op 1 januari 2021 woonden in Nederland 18.987 kinderen bij pleegouders. 
In 2021 zijn 3.761 kinderen in pleegzorg ingestroomd en hebben 4.379 kinderen de pleegzorg verlaten. 
Op 31 december 2021 woonden 18.369 jeugdigen bij pleegouders.
Van de pleegkinderen woont 58% langer dan een jaar in een pleeggezin. Daarvan woont 36% langer dan 2 jaar in een pleeggezin.

Aantal pleegouders

In 2021 waren er 17.548 pleeggezinnen voor de opvang van 22.748 pleegkinderen. In 2021 zijn 2.297 nieuwe pleegouders geaccepteerd: 1.215 netwerkpleegouders en 1.082 bestandspleegouders.
2.480 pleegouders zijn gestopt. 57% daarvan was netwerkpleegouder. In 2021 zijn meer pleegouders gestopt dan er zijn gestart.
Op 31 december 2021 wachtten 873 kinderen op pleegzorg.

Vormen van pleegzorg

In 2021 woonde 47% van de pleegkinderen bij familie of bekenden: bij grootouders, tantes en ooms, onderwijzers of buren (netwerkpleegzorg).
Van de nieuwe plaatsingen in 2021 is 49% netwerk. 
76% van de nieuwe pleegzorgplaatsingen in 2021 was voltijdpleegzorg. 
20% van de plaatsingen is deeltijdpleegzorg, meestal in weekenden en/of vakanties. 
Bij 4% van de nieuwe plaatsingen ging het om een combinatie van deeltijd- en voltijdpleegzorg.

Vrijwillige of gedwongen plaatsing in pleegzorg

Op 31 december 2021:

Woonde 30% van de pleegkinderen bij pleegouders op vrijwillige basis. De ouders hebben het gezag en zijn het ermee eens dat hun kind bij pleegouders woont. Of het pleegkind is meerderjarig en beslist zelf om bij pleegouders te blijven wonen.
Was er bij 57% van de pleegkinderen een jeugdbeschermingsmaatregel: voor 23% is dat een ondertoezichtstelling (OTS)
voor 34% ligt de voogdij bij een gecertificeerde instelling (jeugdbescherming). 
En bij 13% van de pleegkinderen was er pleegoudervoogdij. Eén of beide pleegouders hebben dan de voogdij over hun pleegkind.
Vrijwillige of gedwongen plaatsing.

Uitstroom en breakdown in pleegzorg

Bij 75% is de plaatsing volgens plan beëindigd in 2021. 13% van de plaatsingen is voortijdig gestopt in overeenstemming met alle betrokkenen. 6% van de plaatsingen is gestopt door een van de betrokkenen en 6% eindigde door overmacht of omstandigheden zoals een verhuizing. 

Van de plaatsingen eindigden 529 met een ‘breakdown’. Dat is 2,01% van alle pleegkinderen in 2021. Dit percentage is lager dan in 2020 (2,85%). Breakdown kwam voor bij 11% van alle pleegkinderen die pleegzorg hebben verlaten in 2021 (in 2020 was dat 16%). Breakdown is een ongeplande en ongewenste beëindiging van een pleegzorgplaatsing. Dit komt vaak door overbelasting van het pleeggezin.

Leeftijd pleegkinderen

De meeste kinderen die in 2021 bij pleegouders zijn geplaatst, zijn tussen de 0 en 4 jaar (34%). Gevolgd door kinderen van 5 tot 11 jaar (31%). In 2021 zijn iets meer meisjes (51%) dan jongens (49%) bij pleegouders geplaatst. 

14% van de pleegkinderen was op 31 december 18 jaar of ouder: dat zijn ruim 2.570 jeugdigen. Dat is ruim vier keer zoveel als in 2017. Dit komt doordat sinds 1 juli 2018 kinderen standaard het recht hebben om tot 21 jaar in een pleeggezin te blijven, als ze dat willen.