Ervaringsverhaal

Een nieuw normaal

Recent is er in mijn gezinshuis een nieuw gezinslid komen wonen. Een kind met een verhaal, een rugzak vol nare én mooie verhalen en herinneringen met anderen mensen. Iemand die we met open armen hebben ontvangen en stiekem al een plekje in ons hart heeft.

Vaak rond zo'n plaatsing krijg ik veel vragen van zowel mensen uit mijn privekring als werkgerelateerd. Vragen over het nieuwe gezinslid, vragen over hoe dat gaat achter de schermen, vragen over mijn beweegredenen en waarop ik een keuze maak, etc. En als het nieuwe gezinslid er is, zijn er veel vragen over hoe het gaat.

Deze laatste plaatsing was zeer intensief. Allereerst voor het nieuwe gezinslid maar ook voor de mensen die het achterliet, voor mij, maar óók voor de kinderen die al in mijn leven waren. De twee die er wonen, maar ook die al uit huis zijn en nog actief lid in het gezin. Deze keer besefte ik mij meer dan anders dat het echt voor alle partijen intensief is.

Het heeft effect op iedereen want simpele dingen veranderen zoals: wie zit waar aan tafel, wie gaat als eerste de badkamer in ‘s morgens, wie zit er voorin naast Fleur als we weg gaan, eten we nog dezelfde dingen, houd diegene van spelletjes, etc. Maar denk ook aan grote(re) zaken als: sfeer in huis, hiërarchie, verandert de aandacht van Fleur voor mij, hoe doet diegene als die boos is, etc. En voor degene die niet meer in huis woont, die is op zo’n moment letterlijk zijn/haar kamer kwijt want die is nu van iemand anders.

Maar het blijft niet bij de kinderen alleen. Ook het netwerk om hen heen – ouders, grootouders, broers en zussen – wordt geraakt. Een plaatsing brengt vaak onzekerheid met zich mee. Iedereen wil dat het goed gaat met het kind, waardoor elke verandering kan voelen als een bedreiging want het netwerk van de kinderen die er al wonen wordt niet meegenomen in deze beslissing. Voor hen is het meestal geen vraag, maar een mededeling dat er een nieuw kind in het gezin komt wonen. Iemand die bij hun (klein)kind, broer of zus intrekt, zonder dat zij daar inspraak in hebben.

Want het netwerk van de kinderen die er al wonen worden niet meegenomen in deze beslissing.

Het is dus veel breder dan een gezinshuisouder die kinderen in huis neemt met een flinke rugzak. Het gaat verder dan die vier muren. Het is voor deze kinderen en hun netwerk niet vanzelfsprekend dat er veiligheid is én blijft. En ik ben mij hier eigenlijk altijd wel van bewust, maar soms word je weer even met je neus op de feiten gedrukt.

Maar ondanks de verdrietige dingen die dit werk met zich mee brengt, kwam ik er ook weer achter hoe ‘simpel’ het is om de angst weg te nemen. Gewoonweg door er te zijn! En dat klinkt makkelijker dan het is, maar het is wel exact wat er nodig is. Nu een aantal weken verder hoor ik vaker lachende geluiden dan huilgeluiden, is de lastige stilte ingeruild voor bijdehante opmerkingen, worden de borden weer goed leeggegeten en is ieder netwerk blij dat het thuis goed gaat. Oftewel we zijn op weg naar ons nieuwe normaal.