Ervaringsverhaal
Liefde in een gezinshuis?
“Fleur, waarom heb jij geen man?”
“Ik ga wel een vriend voor je zoeken.”
“Je hebt écht een man nodig.”
Deze zinnen en nog vele anderen heb ik geregeld gehoord van de kinderen. Toen ik als gezinshuisouder begon, had ik geen relatie wat de kinderen raar vonden. Maar na een tijdje kwamen de (toen alleen) meiden erachter dat het wel leuk was een meidenhuis én dat ik het prima deed.
Maar waar je kinderen, lees tieners, dingen leert kan je er vanuit gaan dat ze er op terugkomen. Dus het onderwerp ‘relatie’ kwam met regelmaat op tafel. Op straat werden mannen voor mij aangewezen, op verjaardagen werd gescand of er een leuke kandidaat was, mijn sociale netwerk werd om hulp gevraagd en uiteraard kwam ook de datingapp voorbij. Dit laatste heb ik een keer gedaan met één van de tienermeiden. Zij had geen idee hoe de wereld werkte en uiteindelijk sloten we een deal dat ik het haar zou laten zien. We hebben vreselijk gelachen en dit meisje heeft gezien dat ook volwassen mensen raar kunnen doen. Na drie dagen heb ik weer lekker mijn profiel verwijderd en had dit meisje een inkijk in de wereld gekregen (en ik was weer genezen ;-)).
De jaren gingen voorbij. Mijn gezin veranderde, kinderen kwamen en gingen en de tieners werden jongvolwassenen. En ik bleef single. Tot halverwege vorig jaar. Het onderwerp werd weer aan tafel besproken, maar nu vanuit een andere hoek. Ze gunden het me oprecht: “Dan hoef je niet alles meer alleen te doen.” Ik werd weer uitgedaagd om een profiel aan te maken. Maar wat wij allemaal niet hadden kunnen voorzien, dat er daadwerkelijk iemand voorbij kwam die bleef plakken.
Toen had Fleur opeens een vriend. De jongsten sloten hem meteen in hun hart: “Gezellig!”. Maar de oudsten die hadden last van alles! Ze waren bang dat ik hen zou inwisselen. We moesten samen een nieuwe manier vinden — allemaal, inclusief mijn vriend. Want die stapte niet zomaar een standaard gezin binnen, maar één met trauma’s, verschillende ouders aan de deur en collega’s die over de vloer komen. En alsof dat nog niet genoeg was, kwam er net een nieuw gezinslid wonen en had ik óók net een hond gekocht. We doken meteen een sneltrein in.
Nu 1,5 jaar later, is er een soort balans. Het blijft nog wekelijks bijschaven. Er loopt opeens een man door het huis, gezellig, maar dat brengt een andere dynamiek. We ontdekten hoe verschillend de kinderen naar mannen, relaties en vaderfiguren kijken. Maar ook zijn kijk op mijn werk en gezin bracht veel gespreksstof met zich mee.
Samen met de kinderen praten we veel, beantwoorden we vragen waar we nooit eerder over hadden nagedacht en kunnen gelukkig ook vaak lachen. Mijn vriend heeft ondertussen de kinderen in zijn hart gesloten, staat volledig achter mijn werk en schuift langzaam maar zeker in ons gezinsleven. En met z’n allen hebben we besloten dat we eigenlijk best goed bij elkaar passen. Zoals de jongste zo mooi zegt:
“We zijn allemaal een beetje gek, dus we horen bij elkaar.”