Ervaringsverhaal
Samenwerken met ouders
Een moeder vertelt; 'het is echt ongelofelijk moeilijk om als ouder je kind uit te moeten laten plaatsen en de opvoeding uit handen te geven. Aan iemand die mijn kind niet kent en die niet weet wat mijn kind nodig heeft, die niet weet dat mijn kind met een lichtje slaapt, die niet weet dat mijn kind geen zuurkool lust of die niet weet dat mijn kind bang is om te zwemmen. En hoe zit het met school, ook de mensen daar kennen mijn kind niet. En hoe zal het gaan met andere vriendjes of bij de nieuwe tandarts. Vreemde mensen bepalen wat er met mijn kind gebeurt, zoals bijvoorbeeld de voogd’.
Een uitplaatsing kan erg ingrijpend zijn voor ouders, het kan een schuldgevoel of boosheid en verdriet teweegbrengen. Het is voor de gezinshuisouder belangrijk om de samenwerking aan te gaan met ouders en hen het vertrouwen te geven dat zij betrokken blijven in de opvoeding van hun kind. Â Sommige ouders hebben weinig vertrouwen in de hulpverlening omdat ze zich niet gehoord voelen. Het is dus ook belangrijk om ouders serieus te nemen en open en eerlijk met hen te communiceren.
In het verhaal hierboven, worden nog maar een klein aantal onzekerheden aangegeven over het uitgeplaatste kind die de ouders behoorlijk bezig kunnen houden. Zij hebben vertrouwen nodig van de gezinshuisouder, maar vooral begrip dat zij deze onzekerheden voelen.
Door de ouder te betrekken in de opvoeding van hun kind - door ze bijvoorbeeld mee te nemen naar een oudergesprek op school, foto's te sturen van leuke activiteiten, een tandartsbezoek met hen te evalueren of gewoon de dagelijkse routine te bespreken -, leidt meestal tot een acceptatie van de plaatsing en een goede samenwerking.
Dit komt echt ten goede aan de ontwikkeling van het kind.