Parlan biedt gezinsbegeleiding aan vluchtelingen
home
      

Een goede ouder zijn in moeilijke omstandigheden

Parlan biedt nu ook gezinsbegeleiding aan vluchtelingen 

Parlan biedt ook ambulante, cultuur sensitieve gezinsbegeleiding aan vluchtelingen. De gezinnen hebben een verblijfsvergunning of wonen in een AZC in afwachting op de uitspraak hierover. Parlan ondersteunt deze gezinnen met het opvoeden en bijvoorbeeld het hervinden van een balans na de gezinshereniging. De gezinnen zijn meestal onbekend met jeugdhulp en herkennen de zorgen vaak niet.

Als een verwijzer een gezin aanmeldt, starten Maryam en haar collega’s het liefst zo snel mogelijk. In het begin gaat Maryam vaker bij het gezin langs en later ongeveer 1 x per week. Meestal duurt de hulp een jaar. Maryam: “Onze hulp is heel outreachend. We zoeken aansluiting bij datgene wat het gezin op dat moment nodig heeft. Meestal starten we met iets heel praktisch dat snel resultaat oplevert.” 

 

(Over)leven op het AZC 

Zo hielp Maryam een keer een gezin met twee kinderen. De familie woonde al zes jaar in een AZC zonder verblijfstatus. Een dochter geboren in Afghanistan, een zoon in Nederland. De GGD van het AZC had zorgen over de kinderen: Over de hygiëne, het gebit van de kinderen, de ruzie tussen broer en zus en de aansluiting van het meisje met andere kinderen. De ouders ruzieden met medebewoners vanwege hun afwijkende geloof en ook de relatie tussen vader en moeder liep niet lekker.  

 

Uitgeprocedeerd 

Maryam: “Mijn eerste succes was dat ze met behulp van COA konden verhuizen naar een appartement op het AZC. Meer leefruimte voor het gezin en voor ieder kind een eigen slaapkamer. Het succes mocht helaas niet lang duren: ze kregen de boodschap dat ze uitgeprocedeerd waren en dan mag COA officieel geen onderdak meer bieden. Ik heb ze toen, samen met de kerk, geholpen met een brief aan de advocaat met daarin de vraag of ze in het AZC de uitzettingsprocedure konden afwachten. Ook school schreef een brief. En dat lukte! Onze samenwerking verbeterde hierdoor. Toen heb ik de stap naar hulp voor het meisje gemaakt.  

 

 

Hulp voor de kinderen 

Het meisje ontwikkelde zich niet goed en had een taalachterstand. Dat kon ik verstaan omdat ik Farsi versta en spreek en die talen lijken heel erg op elkaar. Ik stelde voor om het meisje te laten onderzoeken. Zo kwamen we erachter dat ze een gehoorprobleem en een taalachterstand had. Ze kreeg extra hulp op school.  

We praatten samen over hoe Nederlanders hun kinderen opvoeden. Vader zei: “Als ik geen klap geef, dan luistert ze niet.” We spraken over structuur voor de kinderen: op een vast tijdstip naar bed en een ritueel voor het slapen gaan. We bespraken de gelijkheid tussen jongens en meisjes; over hoe je een goede ouder kunt zijn in moeilijke omstandigheden; hoe je in plaats van cadeaus met woorden complimenten kunt geven en hoe je met elkaar communiceert in het bijzijn van je kinderen.  

 

Nieuwe start 

Het ging steeds beter. Maar Maryam had nog een plan. Maakten de kinderen kans op een kinderpardon? Ik ging met vader en moeder mee naar de advocaat. Die vroeg of ik en school op papier wilden zetten wat voor ontwikkeling de kinderen en ouders mee hebben gemaakt.  

In januari werd Maryam gebeld door moeder: “We hebben verblijfstatus!” 

Het gezin heeft ergens anders in Nederland een nieuwe start gemaakt. Maryam: "En het gaat goed met ze. Samen met de GGD in het AZC hebben we een brief geschreven naar de nieuwe gemeente met een advies voor vervolghulp voor het gezin."

 


Parlan
Van der Lijnstraat 9
1817 EH Alkmaar
T: 088 124 00 00
E: contact@parlan.nl




Stichting de Praktijk